Learning to Ride
nl → en | A2
Tom wanted to learn how to ride a bicycle. — Tom wilde leren fietsen.
He felt nervous because he had never tried before. — Omdat hij het nog nooit had geprobeerd, voelde hij zich onzeker.
His father held the back of the bicycle and told him to move slowly. — Zijn vader hield de fiets van achteren vast en vroeg hem om langzaam te bewegen.
Tom fell down once, but he did not give up. — Tom viel één keer, maar gaf niet op.
After many tries, he started to ride without help. — Na verschillende pogingen begon hij zonder hulp te fietsen.